Interdisciplinaire onderzoeksnetwerken

By Inter

Voor veel ingewikkelde onderzoeksproblemen is een disciplinaire benadering niet langer voldoende. Interdisciplinair onderzoek combineert inzichten van verschillende disciplines en probeert deze te integreren. Hier is echter een goed afgestemde infrastructuur van disciplines voor nodig, die gebaseerd is op netwerken. In dit artikel zal aan de hand van enkele onderzoeksvoorbeelden zowel het belang van interdisciplinariteit als dat van de netwerken die daarbij van toepassing zijn, worden aangetoond.

Een congres over intelligentie, word je daar slimmer van?

By Inter

Op 10 maart 2010 organiseerde Studie Vereniging Bèta-gamma voor de eerste maal het jaarlijkse Interdisciplinair Congres Amsterdam (ICA). Op dit congres gaven zeven sprekers uit de natuur- en sociale wetenschappen hun visie op het thema intelligentie. In dit artikel doen Robin van Wechem en Leon Reteig verslag van de verschillende aspecten van intelligentie die op het ICA 2010 aan bod zijn gekomen. Daarnaast brengen zij de lezingen in verband met verwante artikelen in dit nummer van Blind, dat hetzelfde thema draagt.

Het mensbeeld van de Thora

By Inter

In het jodendom speelt het leren van en over de religie een belangrijke rol. Zo schrijft de traditie voor dat joden zullen leren tot in de komende wereld: het studeren van de Thora is nooit voltooid. Dit artikel is een samenvatting van het hoofdstuk ‘Leren tot in de komende wereld’ uit het boek Het mensbeeld van de Tora van Peter van ‘t Riet. Daarbij zal ruimte worden gelaten voor discussie omtrent het thema intelligentie en de vraag in hoeverre intelligentie een rol speelt in het religieuze leren.

Intelligent design?

By Inter

In 2005 ontketende de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Maria van der Hoeven een storm van protest naar aanleiding van haar oproep om intelligent design naast de evolutietheorie op school te onderwijzen. De heftigheid van het debat is inmiddels wat afgenomen en evolutie voert nog altijd de boventoon (zie voor een inhoudelijke vergelijking ook het artikel van Ard Tamminga in nummer 8 van Blind). Daarmee is echter nog niet alles over intelligent design gezegd. De discussie focust zich vaak op de vraag of er een ontwerp ten grondslag ligt aan de natuur maar welke rol speelt intelligentie nu precies in het debat? In dit artikel wijst Ronald Meester op de nuances van het debat en onderzoekt hij de aard van het concept intelligentie binnen intelligent design.

Swarm Intelligence

By Inter

Intelligentie is een concept dat vooral geassocieerd wordt met één individu. De meesten zullen vooral de mens als een intelligent wezen zien. Sommigen dichten misschien hun huisdier ook enige intelligentie toe, maar intelligentie is en blijft een individuele eigenschap. Klopt dit idee wel, of bestaan er ook collectieve vormen van intelligentie? De natuur lijkt deze twijfel te bevestigen: er bestaan tal van organismen die zich samen intelligenter gedragen dan alleen. Iedereen die ooit een school vissen of een zwerm insecten heeft geobserveerd kan dit beamen. Jelmer van Ast bespreekt in dit artikel dit soort natuurlijke vormen van swarm intelligence en laat zien hoe deze tot nieuwe inzichten in de kunstmatige intelligentie kunnen leiden.

Onzin over het IQ van Afrikanen

By Inter

IQ is geen op zichzelf staande eigenschap maar is met allerlei andere variabelen te correleren. Zo blijkt IQ te maken te hebben met cognitieve vaardigheden en opleidingsniveau. Er zijn echter ook andere verbanden te leggen die minder voor de hand liggen en maatschappelijke implicaties hebben. Sommige wetenschappers wagen zich eraan IQ te relateren aan socio-economische factoren en etnische komaf. Uit een aantal onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat Afrikanen gemiddeld minder goed presteren op IQ tests dan westerlingen. Hoe moeten we deze resultaten interpreteren? Zijn bepaalde bevolkingsgroepen echt intelligenter dan anderen? Jelte Wicherts en collega’s hebben recent een aantal van dergelijke onderzoeken onder de loep genomen. Dit artikel toont hun bevindingen.

Meertaligheid en intelligentie

By Inter

We zijn geneigd te denken dat taalvaardige mensen ook intelligente mensen zullen zijn maar onderzoek wijst uit dat de werkelijkheid ingewikkelder is. Intelligentie speelt een rol in tweedetaalverwerving maar nauwelijks in moedertaalverwerving, terwijl meertaligheid (het verwerven van meerdere talen tegelijk) juist weer tot grotere intelligentie schijnt te leiden. Al deze connecties tussen taal en intelligentie komen aan bod in het artikel van Elisabeth van der Linden, die zich vooral concentreert op de combinatie van meertaligheid en intelligentie bij kinderen en volwassenen.

Hoogbegaafde leerlingen en het onderwijssysteem

By Inter

Teveel intelligentie levert soms moeilijkheden op: van veel hoogbegaafde leerlingen wordt verwacht dat zij zich aanpassen aan de norm van het reguliere onderwijs. Dit leidt bij hoogbegaafde leerlingen vaak tot stress, aangezien zij hierdoor worden geacht te presteren op een niveau dat niet in overeenstemming is met hun werkelijke kunnen. Intelligentie wordt op deze manier opgevat als een negatieve eigenschap, waarmee zowel de leerling zelf als zijn omgeving wordt belast. In dit artikel geeft Lianne Hoogeveen een overzicht van de multi-dimensionale theorieën die aan intelligentie ten grondslag liggen en doet zij enkele voorstellen voor het tegemoet komen van hoogbegaafde leerlingen.

Tweelingstudies en intelligentie

By Inter

Waarom verschillen mensen van elkaar in gedrag en capaciteiten? Door genen en omgevingsfactoren: het bekende nature-nurturedebat. Gedragsgenetica laat zien dat genen een grote invloed hebben op de mens. Aan de andere kant is de invloed van omgeving en unieke ervaringen herhaaldelijk aangetoond in wetenschappelijk onderzoek. In dit artikel laat Mark Patrick Roeling zien hoe tweelingstudies de invloed van deze twee factoren in perspectief kan brengen en een meerwaarde heeft in de studie naar intelligentie.

De evolutie van algemene intelligentie

By Inter

Wat is intelligentie en hoe heeft het zich ontwikkeld? Deze vraagt brengt een interessante paradox met zich mee. Aan de ene kant is er het standpunt van de evolutionair psychologen die menen dat intelligentie voortkomt uit een aantal domeinspecifieke modules die bij de geboorte al vastliggen. Aan de andere kant is er het perspectief van de niet-evolutionair psychologen waarin juist allerlei taken positief met elkaar correleren en er sprake is van een ‘algemene intelligentie’. Hoe kunnen deze twee inzichten de paradox van de evolutie van intelligentie oplossen?